Even voorstellen Thijs Zweers

Thijs Zweers is opgegroeid in de west-friese kustplaats Enkhuizen. Hij volgde een twee jarige opleiding beeldende kunst aan het toenmalig Amsterdamse Vrije Kunst Academie (nu MIX) en is pas afgestudeerd aan het ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Tot voor kort werkte hij in het oude gemeentehuis van Schagen en woont tot op heden in Amsterdam. Voor zijn eindexamen scriptie is hij een voortdurend onderzoek begonnen naar de mogelijkheid om de verbeelding van het individu te verplaatsen door ruimte en tijd door gebruik te maken van Internet, televisie, fotografie, en andere registraties van een bepaalde tijdsgeest. Op het Internet gevonden beelden, voorwerpen, vormen worden opnieuw gerangschikt en tot een nieuw geheel met een autonome context verheven. Met zijn tekeningen wordt het virtuele in evenwichtige materie omgezet. Hierdoor leven deze afgebeelde werelden in een nieuw bestaan. Waardoor de toeschouwer zal kunnen reizen naar werelden waarvan zij zelf geen weet heeft.

interview over depARTment Schagen

interview van Aad Holkamp over depARTment Schagen en tijdelijk atelier Markt 18 voor Schagenfm.

2011-01-05 Department Schagen zoekt alternatief voor Markt 18 Aad Holkamp

Op zoek naar de lijn der dingen

Huug Jak

Schagenaar Huug Jak blijft reizen. Net  teruggekeerd uit Afrika zet hij zijn tocht voort, ditmaal naar het land van zijn persoonlijke geschiedenis als beeldend kunstenaar. Tot en met 24 december is in kunstenaarsbroedplaats Markt 18 in Schagen zijn overzichtstentoonstelling te zien. Wereldreiziger Jak toont daar zijn zoektocht naar de lijn der dingen.

In Markt 18 hangen schilderijen, tekeningen, collages, litho´s. De reiziger Jak moet wel een rusteloze geest bezitten die voortgedreven wordt door de indrukken die hij opdoet. Ze tonen de zoektocht van een globetrotter: Jak is onderweg en verzamelt impressies, ideeen en gevoelens, die hij vaardig omzet in beelden.

Voor de klas

Jak (IJmuiden, 1937)  is op jonge leeftijd gegrepen door het tekenen. Een bevriende kunstschilder zette hem op het pad van de beeldende kunst en begeleidde de gretige leerling graag. Van een kunstopleiding was in eerste instantie geen sprake, ´je stond toenertijd niet zo bij die mogelijkheid stil´. Jarenlang stond Jak voor de klas en tekende en schilderde zodra hij daar  tijd voor kon maken. Later zou  hij vele schilderreizen maken, zich aansluiten bij het Amsterdamse schilderscollectief van Michel d´Hont Czn en  vele workshops en lessen in binnen-en buitenland volgen.

Lijnen

Jak is vooral een tekenaar. Zijn opzuigende geest schept dan eens strakke, dan eens aftastende of organische lijnen. Het onderweg zijn moet als een bevrijding voelen voor iemand met een sensitief waarnemingsvermogen. De omtrek van de dingen verandert voortdurend door de tijd. De tekenende pelgrim volgt deze omtrek en laat tegelijkertijd met zijn voeten zijn eigen lijn na. Onderweg is hij constant in beweging en elk moment op een andere plaats. Zelfs in het beeldende  handelen zelf schuilt de geest van de reislustige kunstenaar: Jak´s collages en werken met gemengde technieken ogen als een bevrijdingsreis, waar geen andere wetten gelden als het moment van het nu. In het doen zelf ligt het plezier en het verlangen tot rust en stilte te komen.

Reizen

Dat het rusteloze onderweg zijn ook tot een  rustig beeld kan leiden, wordt soms zichtbaar in een bepaalde vorm. Zoals in de aardsheid van de natuur, die we terugzien in de doeken die tijdens zijn reis door Australie zijn ontstaan. Ze doen denken aan vruchtbaarheid en eeuwenoude rituelen om de goden goed te gezinten. Of het conceptueler ogende drieluik in blauw, wit en grijs, waarin we de structuur van een sfeer  herkennen: van wind, van lucht, van vrijheid en adem.

De litho´s zijn eenvoudig van aard en geven het vlak een grotere plaats. De toeschouwer neemt plaats in de coupé van Jak en ziet het landschap voorbijglijden. Een landschap waarin de sporen van de mens en de natuur uit eenvoudige lijnen zijn opgebouwd.  Haast als een zen-meester laat Jak ons hier door zijn wereld glijden.

Horizon

Jak is als kunstenaar in geen enkel hokje te plaatsen. Zijn werken lijken direct te ontstaan, pentekeningen die vluchtige momenten aan elkaar rijgen, en samen een verhaal vertellen van het levenslang onderweg zijn.

De reiziger heeft altijd een veranderende horizon voor ogen. Wanneer we de tentoonstelling van Jak bekijken, zijn de titel ´Carpe Diem´ en de serie Franse straatjes in oliepastel kenmerkend voor  de tentoonstelling van Huug Jak: de weg is hier een eindeloze lijn zonder verdwijnpunt waarop wij, zonder verleden en toekomst, uit nieuwsgierigheid en verlangen voortschrijden. Levenswandel en levensweg blijken dan woorden te zijn die bij nadere beschouwing meer kunnen betekenen dan wij hen veelal gebruiken.

Door Mi-hyun Sook

Aad Holkamp

Aad Holkamp

De beelden van fotograaf Aad Holkamp lijken zich ergens in collectieve krochten te bevinden, ergens in de schaduw van de werkelijkheid te bestaan. Hij daalt af en vindt daar beelden die wij allemaal kennen, maar misschien liever willen vergeten. Beelden die zich in de marges van ons bewustzijn bevinden; in de kelders van onze stemmingen, onze gedachtes, onze gevoelens. Van onze ervaringen. Series als Dubbelzinnig, De zeven doodzonden en de in de Kunststelling tentoongestelde serie Moving Moments / echo / Greetings from the darkside. Het marginale is veelal niet geliefd óf wordt opgehemeld door verstokte romantici. Aad weet zich aan deze te makkelijke oordelen te onttrekken en beelden neer te zetten die zulk soort gedoe verwerpen door op zichzelf te staan. De opeenvolgende series laten zien dat Aad zich steeds autonomer ontwikkelt tot een kunstfotograag. Waar hij voorheen het werk van beeldend kunstenaars portretteerde en als centraal uitgangspunt nam, is het nu Aad zelf en zijn werk die centraal zijn komen te staan. Aad, de toeschouwer. Aad, de organisator. Aad, de fotograaf. Bij alles wat hij onderneemt wil hij graag verrast worden. De spanning en de adrenaline die je het gevoel geven dat je leeft, dat er wat gebeurd, dat er beweging is. Het faciliteren en het zoeken naar het onverwachte. Wanneer dat er opeens is, zomaar, zie je hem blij worden. Opleven, hoewel hij daar de persoon niet naar is, zou hij als een jongetje kunnen springen en met zijn armen in de lucht zwaaien. Aad laat niet direct het achterste van zijn tong zien. Hij verhaalt over zijn leven in een duidelijke lijn, de lijn vooral van jeugd naar volwassenheid. Bewust en inzichtelijk. Met een werkelijkheidszin die gevraagd, geëist, wordt in de wereld. Daar doet hij niet moeilijk over. Rustig sprekend, dan hakkelend om de juiste woorden te vinden, dan versneld wanneer iets er voor hem toe doet. Aad is van vele ideeën op de hoogte en spreekt graag over. Rustig een uitdagende mening uitdragend. Iemand die meer geïnteresseerd is in betekenissen dan in meningen of oordelen. De hang van Aad naar het donkere, het duistere, het alles-op-zijn-kop-zettende-verbijsterende, komt voornamelijk tot uiting in zijn beeldende werk. Hij heeft het daar een duidelijke vorm gegeven.

´De waarheid is dat er vele werkelijkheden zijn. Als jongetje was ik gefascineerd door tijdreizen. Daar zie je parallelle werkelijkheden´. In zijn werk gebruikt Aad een lange sluitertijd, waardoor hij meerdere werkelijkheidsmomenten in één beeld kan vangen. Zo ontstaat er een andere werkelijkheid. Een samengbalde werkelijkheid van verschillende werkelijkheden. Dat is zijn werkelijkheid. Aad verzet zich tegen het idee en het collectieve geloof dat er maar één werkelijkheid bestaat. Hij is geboeid door onze werkelijkheidsbeleving en de rol die ons onderbewustzijn hierbij speelt. ´Ons bewustzijn speelt een marginale rol bij het maken van keuzes. Het is ons onderbewustzijn dat ons stuurt en bepalend is in het nemen van onze beslissingen´. Aad is er van overtuigd dat onze vrije wil een illusie is. Zoveel te willen hebben we niet. Herkenbare elementen in het werk van Aad zijn de enscenering van toeval en intuïtie. Snelheid, beweging, perspectief, afstand en nabijheid: Aad weet ons middels deze elementen in zijn werk onze zogenaamde gedeelde werkelijkheidsbeleving op losse schroeven te zetten. De beelden weerkaatsen de echo van deze ontregeling op een wijze waarbij de donkere kant genadeloos zichtbaar word. Het herinnert ons aan het duister in onszelf, aan het duister tussen ons en de anderen, aan het duister van onze collectieve acties. ´Wat we niet kunnen beheersen, kunnen we beter omarmen dan wegstoppen´, zou je kunnen zeggen.

De beelden zijn ongrijpbaar, we kunnen er net niet bij, ze wijken, ontwijken. Wat we niet kunnen grijpen, kunnen we niet beheersen. Dat maakt bang, maar toch, de beelden zijn ook rustig, kennen een eigen gezicht, en zoveel kwaad kunnen ze ons bij nader inzien niet berokkenen. Wel tonen zij ons onze angst voor het onbekende. We zijn bang om bang te zijn. In de serie Moving Moments / echo / greetings from the darkside is de prominente aanwezigheid van ruimte in het werk van Aad opvallend. Portretten van plekken en ruimtes, van objecten en schilderijen van beeldend kunstenaars. Aad laat in zijn beelden zien dat zij ook een werkelijkheid kennen, een werkelijkheid waar wij doorgaans niet van op de hoogte zijn. Zo duiden deze portretten vooral een ruimte in zichzelf en die van hun omgeving. Abstracties van vorm, soms moeizaam herkenbaar, laten ons andere kanten, betekenissen zien van een kunstwerk dat Aad heeft geportretteerd. De beelden zijn daardoor diffuser, leger, en door de aanwezigheid van vooral vlakken en zijn wijze van fotograferen die een beweging vastlegt, gedrenkt in een trillende spanning. Foto´s waarbij ruimte als een gepolijste melancholie wordt verbeeld. De melancholie van de ruimtes tussen verschillende, naast elkaar bestaande, werkelijkheden.

Mi-Hyun Sook

Sam Middleton

Sam Middleton

Wat is dat toch altijd weer fantastisch wanneer je die bijzondere helderheid ervaart bij het zien van de collages van Sam Middleton. Wat een waarheid zit er in het ritme, in de herhaling, die de tijd doet stilstaan en je een kijkje geeft in hoe de dingen zíjn. Wat een leven en wat een heerlijke ruimte die Sam daar schept. Zonder veel woorden te gebruiken verteld Sam heel veel. In de stiltes, in het zoeken naar een antwoord, wordt er veel gezegd. Een paar woorden en hij roept een hele wereld op. Dat weet hij ook in zijn collages te bewerkstelligen. Niets te veel, alles teruggebracht tot de kern. De kern van de werkelijkheid. Je kent het, dus je herkent het. Geboren in Harlem, New York, 1927. Een totaal andere wereld. De jazz is nog altijd zijn thuis en zijn leven. Aanvankelijk wilde hij kleding ontwerpen. Hij ging schilderen. Op aanraden van Jackson Pollock, Jean Kline en Motherwell besloot hij naar het buitenland te gaan. Weg uit New York. Na een aantal reizen op zee kreeg hij de kans om met een beurs naar Mexico te gaan, om te studeren bij Diego Riviera. De zee gaf hem de ervaring van ruimte en rust. Van oneindigheid. Vervolgens ging hij naar Zweden en op uitnodiging van Sandberg om te exposeren in het Stedelijk Museum is hij sinds de jaren ‘60 niet meer uit Nederland vandaan gegaan. De tijd van Cobra, Fluxus, Amsterdam was vol in beweging. Het broeide daar in de wereld van kunst en cultuur. Je wilt als schrijver en mag als interviewer niet te veel invullen, dus stel je je vragen. Best wezenlijke vragen, maar liever zou je dat niet doen. Je wilt het werk en je wilt Sam heel laten, niet met vragen overstelpen en daardoor minder te weten te komen dan je eigenlijk al wist. Enfin: je stelt je vragen, ze worden beantwoord of je zoekt samen naar de woorden om tot waarachtig antwoord te komen. Maar je hoeft alleen maar te kijken. Naar de collages, in zijn atelier, naar Sam, naar zijn stem. En het klopt: Sam valt samen met zijn werk.

Toch laten Sam en zijn werk een schrijver schrijven. Onophoudelijk schrijven. Zijn zwijgen is een enorme inspiratiebron, zijn collages roepen het ene na het andere woord op. Je bent blij, want inderdaad, je weet het zeker: taal is het woord niet. Improviseren vraagt een scherpe intuïtie en drijft op kennis en ervaring. Het eist dat al je zintuigen openstaan, wil het niet verworden tot een potje onnozelheid. Sam kent de wetten, haast van nature, van ritme, tellen, wiskunde en de ruimtes waarin en waarmee je een vrijheid op kunt eisen. Waarin je je als persoon en kunstenaar kan bewegen. Tellen, tijd, ritme en beweging. Sam heeft een grote passie voor muziek en dans. Hij is in zijn element wanneer hij meemaakt dat een dirigent tijdens repetities kan hóren waar het in een enorm orkest niet goed gaat. Hij raakt enthousiast en praat daar in lyrische woorden over. Dat kan niet anders dan herkenning zijn: Sam is als beeldend kunstenaar zélf de dirigent van zijn eigen orkest. Na jarenlange repetities zíet de Master of Collage waar het niet klopt, hij zíet wanneer het wel klopt en zíet wanneer de uitvoering perfect is verlopen.

Mi-Hyun Sook

Viktor Baltus

Viktor Baltus

Dat perspectief een poëtische kracht van vluchtigheid en ijle doorzichtigheid kan bezitten, zag ik laatst bij Viktor Baltus, de jongste van het gezelschap. Ik was er even overdonderd van. Wat is dat toch? Hoe kan dat nou? Zo´n ogenschijnlijk eenvoudig en klein beeld van enkele lijnen en vlakken op papier. Het kán. Viktor kan dat. Een aantal jaren geleden waren enkele werken van Viktor op verschillende plekken te zien. Wat vooral opvallend was aan zijn kleine schilderijen en tekeningen was de enorme kracht die ze tentoonspreidden in de ruimte waar de hingen. Ze bezitten een geconcentreerdheid die bepalend is voor hun omgeving. Ze stralen een onuitputtelijke energie uit. Een half jaar na zijn afstuderen aan de academie te Arnhem zit Viktor vol ideeën. Over mogelijkheden, plannen, wat hij allemaal nog wil gaan doen en ontdekken. Als het even kan is hij te vinden in zijn atelier om te werken en nog eens te werken. Of in zijn ruimte en tussen zijn spullen te zijn. Hij neemt zijn vak serieus en kent een innerlijke trots die hem voedt en drijft. De vele bic-tekeningen die Viktor tijdens zijn opleiding aan het grafisch lyceum maakte, gingen op de academie over naar kleur onderzoek. Er openbaarde zich een nieuwe wereld toen
hij in de duinen wérkelijk naar kleur ging kíjken. Hij was verbijsterd dat zijn huidige waarneming totaal niet strookte met zijn kleurherinnering aan de duinen.
Het werk van Merleau-Pontý, filosoof en aanhanger van de fenomenologie, gaf hem onlangs de woorden bij deze ontdekking. Namelijk het inzicht dat onze waarneming een relationeel gegeven is dat ervaren en begrepen wordt door de relatie van onszelf en het object dat we waarnemen. De ruimte, de leegte, tussen de dingen en tussen ons en het object dat we waarnemen is daarbij van even groot belang. Zoiets doet hem veel. Zaken krijgen een plek. Het is het geluk dat jouw voorheen onbenoembare kennis en ervaring door een ander helder benoemd worden.

Viktor noemt Merleau-Pontý, wanneer hij vertelt over zijn fascinatie hoe onze waarneming werkt. De relativiteit van perspectief- en ruimtewaarneming heeft hij vormgegeven in het werk Mist. Waar bevinden wij ons wanneer we naar het schilderij kijken. Viktor ademt een tijdloze rust uit. Zijn bewegingen en zijn stem kennen een gestaagheid. Hij vertelt wat hem bezighoudt, hij houdt van feedback en is een open gesprekspartner die regelmatig laat zien wat hem bezighoudt, wie hij is. Tegen de leuning leunend, de handen gevouwen achter zijn hoofd. Een rode blos van een net ondernomen inspanning. Viktor is ook hongerig en zoekende. Het zoeken van een jonge hond. In zijn werk zélf vallen oordeel en stellinginname die daarbij horen weg. Hij doet daar een wereld verschijnen van kleur, van vlakken die elkaar leven inblazen. De wereld van het lichaam, van de natuur, die klopt en een stille hartslag kent. Het beeld valt samen met zichzelf. Is samengebald.

Tijdens zijn academiejaren heeft Viktor zich beziggehouden met holtes en niches. Ze waren vaak klein en donker van vorm en riepen de warmte van een schuilplaats op. Het is er veilig en je kunt er naar toe vluchten, of je er terugtrekken om even alleen te zijn. Schuilplaatsen waar je je dierbare schatten en geheimen veilig onder zou kunnen brengen. Bij het werk Graf is het gat geen holte, niche of veilige plek. Het is groot, hoekig en onontkoombaar. Geen geborgen ruimte, maar een gapend gat. Vervolgens heeft hij zich beziggehouden met landschappen. Landschappen als kleurvlakken, wijdse horizonten die ruimte blijven ademen, ondanks de kleine formaten waarop ze geschilderd zijn. Sterker nog, wanneer het werk van Viktor letterlijk van groter formaat zou zijn zou dat de weidsheid van de landschappen niet versterken. Dat is sterk.

Vele vormen blijven je bij. Ze blazen een bijzondere adem. Ze zijn klein en je zou ze aan willen raken om iets van hun harteklop met je mee te kunnen nemen. Het verlangen dat je hun adem ingeblazen zou willen krijgen is iets wat soms opgeroepen wordt. In de werken die op deze tentoonstelling te zien zijn, zien we dat Viktor pasteus is gaan werken. Lichtvlekken laat een lichamelijkheid van licht zien. De dik aangebrachte verf geeft het licht een monumentaal karakter.
Dat kennen wij niet van licht. Toch bezit het die kracht. Een mengeling van viesachtige witten is witter dan wit… en komt met een enorme kracht naar voren. Pats!

Mi-Hyun Sook

Hugo Bes

Hugo Bes

De oorspronkelijk uit Schagen afkomstige fotograaf Hugo Bes won de zilveren camera 2009 voor zijn serie portretten van Herders uit het Finse Lapland. Naast deze indrukwekkende serie is er een antropologisch reportageserie over de betekenis van rendieren bij het Saamivolk in het Finse Lapland.

De fotograaf als alchemist

De fascinatie voor de fotografie ontstond al vroeg bij Bes. Het magische gegeven dat er in de doka uiteindelijk een foto te voorschijn kwam intrigeerde hem mateloos: het idee van de fotograaf als alchemist spreekt nog altijd tot zijn verbeelding. Aanvankelijk struinde hij, gewapend met camera, de nabije omgeving van Schagen af. De natuur diende als leermeester om elementen als licht en schaduw, perspectief, vorm en compositie, sfeer en emotie nader te leren kennen. Al snel kwam Bes tot de ontdekking dat zijn hart bij het fotograferen van mensen ligt. De persoonlijkheid in een kloppend beeld portretteren is dan ook nog altijd een geliefde uitdaging voor hem. Het winnen van de Zilveren Camera 2009 is een erkenning van zijn talent en kunde. En een bevestiging dat hij toenertijd de juiste bislissing heeft genomen door het werk als chemisch analist te staken en zijn passie voor de fotografie achterna te gaan. Verlangen naar het Vreemde Andere. Tijdens zijn reizen naar Zuid-Oost Azie, een periode van bezinning, ervoer Bes zijn passie van het fotograferen ten volle, en werd de kiem voor zijn keuze voor het beroep van professioneel fotograaf gelegd. Aangewezen op non-verbale communicatie in landen als China, Combodja, Laos en Vietnam ontdekte hij het belang van intuitie en onbevangenheid bij het portretteren van mensen. Bes omschrijft een goed portret dan ook als een geslaagd gebeuren tussen de fotograaf en de gefotografeerde. Zijn interesse voor de lokale bevolking, hun geschiedenis en gebruiken en hun politieke situatie werd tijdens zijn reizen aangewakkert en gevoed. De enorme veerkracht die deze mensen bezitten inspireerde hem en schiep een verlangen daar iets van mee te willen nemen. Dit verlangen naar het Andere en Vreemde en de bereidheid gedeeltelijk going native te gaan is onontbeerlijk om tot goede etnografische fotografie te geraken. Om het gevaar van de toeristische aapjes-kijken-fotografie te ondervangen en te overstijgen is een open houding en nieuwsgierigheid naar alteriteit een voorwaarde. Alteriteit kenmerkt Bes. ´In Cambodja wilde ik weten hoe het is om je weg in een mijnenveld te vinden. De plaatselijke bevolking heeft daar dagelijks mee te maken. Ik wilde dat ook ervaren. Het is een leerschool in het vertrouwen op de mensen om je heen´. Er zouden vele reizen volgen naar onder meer China, Rusland en Oezbekistan.

Kunst en etnografie: de Saami geportretteerd
Tijdens het uitvoeren van projectmatige opdrachten in Finland voor voornamelijk tijdschriften, heeft Bes deze reizen ook gebruikt om zijn autome en vrije werk uit te breiden. Door het aangaan van nauwere banden met de plaatselijke bevolking en het alledaagse leven samen met hen te leven, kreeg hij toegang tot de plaatselijke leefwereld van de Finse bevolking. Deze bijzondere positie is terug te zien op zijn fotografische werk: de beelden zijn antropologisch intiem en van binnenuit gefotografeerd. Tegelijkertijd staat de positie van buitenstaander hem in staat zijn fotografische blik ten volste te benutten. De uniciteit en kracht van zijn werk wordt gevormd door het verbinden van kunst en etnografie. Op deze wijze is zijn werk meer dan een journalistieke reportage of autonoom onthechte kunstfotografie alleen. Bes laat zien dat de fotograaf voorbij de grenzen van verhalende en autonome fotografie tot sterke beelden kan komen en heft in zijn werk kundig het hokjesdenken van de subjectief-romantisch georienteerde kunstfotograaf op. Het is verademend om te zien dat er inderdaad, godzijdank, meer bestaat dan slechts de innerlijke blik van de fotograaf die zich in naam van de kunst, al navelstarend op zijn unieke ego-roerselen, aan infantiele behoeften te goed doet, overgeeft en zich op deze wijze veilig onderscheid. Op de portretten kijken de hoeders van de rendieren trots voor zich uit, of kijken ons lichtelijk aan zonder ons werkelijk te zien. Een blik die overziet en zelfvertrouwen uitstraalt. Ze vullen het hele beeld. De zwarte achtergrond doet hen opdoemen als staatsfiguren. De combinatie van traditionele en moderne symbolen creeert geen verwarring maar versterkt juist hun identiteit. Ze lijken te weten wie ze zijn. Traditie is hen niet vreemd, maar wordt omarmt als een natuurlijke, eeuwenoude identiteit. Geen modern symbool die daar afbreuk aan kan doen. De tentoongestelde serie portretten laat naast de herkenning van hen als groep herders, ook ruimte aan de individualiteit van hen als persoon. Naast de trots wordt de kwetsbaarheid van Tommi, het lichte ongemak van de verlegen Jouni en de breekbare stoerheid van Raine licht aangestipt: hun persoonlijkheid schijnt door de groepsidentiteit heen. De eigenaardige kracht van de portretten zit hem dan ook in deze evenwichtige mengeling van groep en individu en in de combinatie van zowel collectieve trots als kwetsbaarheid.

Mens en dier: Saami en hun rendieren
In de noordelijkse regionen van Finland leven de Saami van oudsher met rendieren. Rendieren zijn van levensbelang als voedselvoorziening. Bes heeft de tentoongestelde reportageserie geschoten tijdens het bijeendrijven van zo´n tweeduizend rendieren, en het vervolgens onderverdelen van deze in groepen van honderd dieren. De beelden brengen de betekenis en omgang van de Saami met hun rendieren in beeld. We zien de vakkundige doelgerichtheid waarmee de Saami de jonge en oudere rendieren uit de groep halen. De jonge om ingeent te worden, de oudere voor voedselvoorziening. De verhouding van de Saami met hun dieren komt in de beelden tot uitdrukking. Mens en dier zijn hier verweven en op elkaar aangewezen. De zwart-witte reportage brengt een oerverhaal in beeld. Zowel ruw en poetisch als abstract en concreet. Naast de foto´s van het geweld van het opjagen, bijeendrijven, vangen en onderwerpen van de kudde, duikt een beeld op waarbij een schoen van een Saami als een hoef gebroederlijk naast een rendierhoef ligt. Bes geeft ons een inkijkje in de wereld van de Saami en maakt ons tot toeschouwer van een eenwenoude traditie.

Leefwerelden en subculturen
De nieuwsgierigheid naar subculturen van Bes komt haast in al zijn werk tot uiting. In zijn portfolio zien we onder andere series van een internationaal kampioenschap Dansen met Honden te Praag, van een wedstrijd Vingervoetbal en de subcultuur van de Brombakfietsracers. Het lacherige wat deze bezigheden omringt verdwijnt grotendeels door het serieuze fanatisme waarmee deze mensen hun leven vormgeven. Deze levens zijn doordrenkt van hun passie en dat dwingt ons tot het opschorten van een oordeel. In de straatfotografie van Bes komen we in aanraking met de poezie van de monumentele verstilling. De kunst van het portretteren en het vastleggen van de symboliek van stedelijke ruimtes komen hier samen. De beelden kennen een helderheid, een hyperluciditeit, die de symboliek van de stedelijke cultuur op een ander nivo tillen. De straatbeelden zijn vol leven en beweging. Hoewel de foto´s een momentopname zijn, is er van een bevroren of statisch beeld geen sprake, daarvoor kennen de kleuren en de compositie een teveel aan adem. De foto´s brengen een ode aan de dynamiek van de stad met haar enorme diversiteit aan levenswijzen en gerelateerde symbolen. Zowel de stadssocioloog, de cultuurfilosoof als de dichter halen hun hart op bij het zien van deze momentopnames. ´Het is anticiperen op wat er op straat gebeurd. Uit ervaring weten dat er een mooi beeld aan gaat komen. Dat meisje daar, ik wist dat ze die houding aan zou gaan nemen. Het moment van afdrukken is bij deze vorm van fotografie van het allergrootste belang. Daar valt of staat het mee´. Aldus Bes. Uit de tentoongestelde serie foto´s in Markt 18 blijkt dat juist dat fotograaf Hugo Bes goed afgaat. Hij opent voor zijn lens eigenaardige werelden. Hij laat ons de kracht en schoonheid van culturen en leefwerelden ontmoeten die naast een lichtelijke verbazing voornamelijk respect afdwingen. En zet ons zo aan het denken.

Mi-Hyun Sook

Miep van Riessen

Miep van Riessen

Schagen, het Notariskantoor, 2005. Niet direct in het oog springend, op een muur naar de ingang gekeerd, hangt het werk De Verdronkenen. Wanneer je nadert, blijkt het niet alleen een conceptuele impressie te zijn die je ziet, nee, er staan honderden namen op. Honderden namen van verdronkenen zijn als een monument vereeuwigd middels draad. Namen van de verdronkenen tijdens de watersnoodramp in Zeeland… Het beeld krijgt een dimensie die je zelden ervaart bij het kijken naar een kunstwerk. Het toont en overstijgt de menselijke conditionering. In geheel eigen tempo werkt Miep al jarenlang aan een oeuvre. Het is eigen, het is van Miep en kan van niemand anders zijn. Het is in de ware betekenis van het woord eigen. Het werk laat de tijd stilstaan, want die doet er niet toe wanneer je tegenover een werk van Miep staat. Dat heeft hoe dan ook te maken met de kracht van compositie en kleurgebruik. Ze weet er een wereld van rust, stilte en evenwicht mee te maken. Een evenwicht dat rust en ruimte suggereert. Je komt tot adem in de nabijheid van het werk van Miep. Als jong meisje wist zij na het zien van een televisieprogramma heel zeker dat zij naar de academie wilde. In de jaren ‘60 doorliep zij de studierichting monumentaal aan de academie in Den Bosch. Zij kreeg daar les van Kurt Lob en Marius de Leeuw. Als iemand die altijd al creatief was, voelde zij zich daar als een vis in het water. Miep gaat nog altijd haar eigen weg in haar beeldende werk. Dat kan ook haast niet anders wanneer je een vrouw voor je ziet die rustig verhaalt en geduldig zegt wat er in haar hoofd opkomt. De ellebogen op het tafelblad, je altijd recht aankijkend, een shaggie rollend, in een woonkamer waar het tikken van een klok je heel ontspannen zou maken. Oprecht. Geen opsmuk en pretenties.

Dat is Miep ten voeten uit.

Jarenlang werkte Miep met textiel, stof, lappen. Langzamerhand is het gebruik van garens en draad een steeds belangrijkere positie in gaan nemen. Totdat er in ´79 een nieuwe periode aanving waarbij de combinatie van verf en draad haar werk zou gaan bepalen. Miep werkt vanuit een laag acrylverf op doek en borduurt daar met garen vlakken op. Aanvankelijk met figuratieve elementen. De mensen, dieren en dingen zijn verdwenen en een hele serie landschappen tonen dat draad en verf een prachtig verbond aan kunnen gaan. Wat is draad? Wat is verf? Waar houdt de één op en begint de ander? Miep laat verf draad zijn, ze laat draad verf zijn. Haar liefde en haar geduld, als ook haar sensitieve gevoel voor kleur, zijn in haar werk vervlochten, gaan erin op.

De dingen die haar in haar omgeving opvallen kunnen tot een beeld leiden. Dat kan van alles zijn: en kranteknipsel, een televisiebeeld, een landschap waar ze zich in bevindt. Soms ontstaan er beelden in haar hoofd voordat ze in slaap valt. Of ze wordt geraakt door een tekst. Zo zijn er een aantal doeken waar ze een gedeelte van een gedicht van Roland Holst en Vasalis heeft afgebeeld. Nee, verbeeld, want dat woorden naast een verwijzende betekenisinhoud ook een vorm, een lichamelijkheid, kennen laat Miep zien. En er gebeurt iets, iets wat ons ontglipt, maar iets wat we herkennen. Dat is sterk. Heel sterk. Ze heeft een periode vooral conceptueel gewerkt. Na een ziekbed is ze in zwart-wit gaan werken. Kleine abstracte impressies. Deze conceptuele beelden zijn langzamerhand in kleur overgegaan. Als vanzelf.

De melodie, de beweging, de warmte: het heeft allemaal een plek in deze bijzondere beelden.

Nu Miep een zee van tijd tot haar beschikking gekregen en is ze zelf ook nieuwsgierig wat het werk haar zal brengen. Hoe dan ook, we weten dat het voorzichtig voortgestuwd zal worden, dat haar oeuvre gestaag zal groeien. Een oeuvre dat is, en zal, ontstaan uit concentratie en aandacht, de sleutelwoorden wanneer je Miep en haar werk ontmoet. Miep ís haar werk

Mi-Hyun Sook

Quinten Trentelman

Schagen, het Notariskantoor, 2005. Een indringend schilderij zaait even wat verwarring. Het is streng, gevoelig, dwingend, uitnodigend. Het spreekt tot de verbeelding. Slaat in als een bom. Het is het werk Artist´s Escape van Quinten Trentelman.

Quinten Trentelman

De strengheid, de gevoeligheid, de uitnodigende dwang: de ruimtes in het werk van Quinten maken nog altijd een even diepe indruk als toen je ze voor het eerst zag. Quinten toont als een architect van het perspectief verlaten ruimtes. Hij bouwt en construeert ruimtes die zowel uitnodigend als aangrijpend zijn. Zal ik wel, of zal ik niet? De ruimtes bevinden zich in grensgebieden. Mensen en dingen zijn afwezig. Allerhande onderhuidse bewegingen in de tijd worden gestold in een stil moment. Dat werkt als een soort spiegel die zowel tegenstellingen weerkaatst, opheft als ook in een serene stilte doet bestaan, dat het kijken naar de werken van Quinten een gebeuren is. Hij laat het broeien onder de verf. Ze roepen vragen op. Ze blijven dan ook boeien. Onuitputtelijk boeien. Uit de gesprekken met Quinten komt een fijngevoelig en intelligent persoon naar voren, aan de ene kant ondoordringbaar, aan de andere kant een open verteller die urenlang betekenisvol kan vertellen. Iemand waar je urenlang naar kan luisteren. Regelmatig enthousiast, regelmatig anekdotische herinneringen koesterend die waardevol voor hem zijn. Anekdotes die zich door Quintens manier van vertellen en denken, op een natuurlijke wijze rijgen tot een verhaal: het verhaal van het leven en het werk van een beeldend kunstenaar.

Wat onderuitgezakt, de armen gekruist op de borst, dan naar voren buigend, de ellebogen op de knieën rustend. Dan wat luider, dan wat stiller, constant zijn stemgeluid aanpassend aan de inhoud en subtiel meanderende emotie van zijn verhaal. Zichzelf vragen stellend, waarbij hij tegelijkertijd zichzelf, zijn werk en ondervonden situaties duidt. Een kabbelende waterval met een eigen mechaniek die voortstroomt en voortstroomt. De enige beeldend kunstenaar in het gezelschap die uit zichzelf datgene vertelt waar je net naar zou willen vragen. Er zijn mooie verhalen bij omtrent aanleidingen, ideeën, reacties. Het werk van Quinten is omgeven met pareltjes aan verhalen.

De conceptuele kant van waaruit Quinten denkt, puzzelt en oordeelt is terug te zien in zijn werk. Het zit vol symbolen en tegenstellingen die hij middels vorm, kleur, perspectief naar gelang kan opheffen, laten wringen, naast elkaar kan laten bestaan. Zijn werk wordt gekenmerkt door evenwichtige meerduidigheden: onthullen én verhullen, kwetsbaarheid én onkwetsbaarheid, verstand én gevoel. Voor een schizofreen, zoals hij zichzelf quasi-ironisch beschrijft, kan het lastig zijn dat de ambiguïteit en tegenstrijdigheid, je kan doen laten twijfelen en lamleggen, en je van een keuze om te starten met een nieuw werk kan doen laten uitstellen. Opstartproblemen om aan de gang te gaan. Dat laat ook de kracht van Quinten zien. Hij stelt hoge eisen aan zichzelf.  Heeft rust nodig om zich hélemaal te kunnen concentreren en over te geven aan zijn werk. Dat is hem vaak gelukt. Dat moge duidelijk zijn wanneer je een tentoonstelling van Quinten bezoekt.

Alle kwaliteiten die een kunstwerk kan bezitten, hebben een plek in het werk van Quinten. Ze vormen een onuitputtelijke bron voor een schrijver, die ongemerkt pagina na pagina produceert en de pijn en noodzaak van het schrappen, letter-lijk, aan haar lijve ondervindt. De werking van perspectief middels vlakken, het ritme dat hij weet op te roepen door de opdeling van vlakken en lijnen, het uitkleden van beelden tot een oervorm, het bijzondere kleurenpalet dat hij hanteert. De poëzie van de verbijstering. De verstilde poëzie van de sereniteit. Zijn gebruik van doordachte titels, die een extra en bijzondere dynamiek van wezenlijke vragen oproepen en bij een schrijver een voortdurende aanleiding geeft nieuwe gebieden te gaan ontginnen.

Quinten heft de paradox van de schizofreen op en toont dat 1 plus 1 inderdaad 3 kan zijn.

Mi-Hyun Sook

Kerre de Graaf

Schagen, het Notariskantoor, 2005. Vier portretten hangen aan een wand. Ze brengen een bepaald soort licht voort. Je ervaart een lichtvoetigheid, voelt een voorzichtige zwaarte in de toetsen, ziet ook de aardsheid van de vlakken. Kerre´s jarenlange overtuiging dat het niet uitmaakt wát je schildert, maar hóe je schildert spreekt volmondig uit zijn doeken. De vol-ledige schilderachtigheid wordt zichtbaar. Technisch meesterschap kan tot schilderen pur sang leiden. Kan leiden tot poëzie middels verf.

Kerre de Graaf

Kerre valt samen met zijn lichaam. Hij húist in zijn lijf. Vanuit dat punt treedt hij de wereld tegemoet. Robuust, de armen over elkaar en de benen, iets gespreid, stevig op de grond. Vanuit dat punt baant hij zich de weg naar een nieuw werk. Zijn schilderijen bezitten een lichamelijkheid, bezitten een huid. Vanuit dat lijf denkt hij, voelt hij, abstraheert hij, oordeelt hij, praat hij. Honderduit. Het lichaam als kruispunt waar denken, doen en reflecteren samenkomen en de actieve handeling tot het werkelijke schilderen voorbereid wordt. Kerre staat stevig in de tijd, in het nu waar een heel verleden van zijn vak hem draagt, aardt en uitdaagt. Hij behoort tot een genealogie, is een afstammeling van vele kunstenaarsgeneraties die hem voorgingen. Vanuit die plek, met zijn beide voeten in de aarde, kijkt hij je aan met een ernstige blik, die je doet beseffen dat hij weet waar hij het over heeft. Met een mond die bereid is tot discussie, bereid is tot enthousiasme, bereid is tot aanhoren en luisteren. Na de academie Minerva te Groningen te hebben doorlopen vervolgde Kerre als veelbelovend jong schilder zijn scholing aan de Jan van Eijckacademie te Maastricht. Daar opende zijn grote inspirator J.C.M. Van der Heijden een andere wereld voor hem. Deze nieuwe vergezichten namen de provincialiteit, die de kunst tot nu toe had omringt, weg. De modernist J.C.M. van der Heijden heeft een enorme impact op Kerre gehad en dat verwoordt hij nog altijd vol overgave, waarbij hij intens gebruik maakt van lyriek en abstracte begrippen. De verhalen pulseren in een dynamiek van passie. Deze zelfde hartstocht kan hem ook doen twijfelen: ´(….) er worden zoveel mogelijkheden voorstelbaar dat die een keuze in de weg kunnen staan´.

Kerre, de schilder, de denker. Kerre, die naar zichzelf kijkt, die als buitenstaander naar zijn werk kijkt en oordeelt en nog eens kijkt. Die bang is voor de gedachte dat hij zichzelf zou herhalen, dat hij zou vervallen in het vak van kunstjesmaker, een angst die meer gehoord wordt in de wereld van de scheppers. Die zich met van alles heeft beziggehouden, van grafiek tot teerdrukken, van schilderen tot het maken van lampen. Maar Kerre is bovenal een schilder. Een colorist. Hij houdt er een sterke moraal op na: integer blijven, niet herhalen, niet uitmelken. Onbevangen blijven. Een weg die hem ook klem kan zetten in wat hij doet: hij reflecteert vanuit die enorme bagage aan kennis en dat kan wel eens lamleggen. Een eerlijke strengheid die hij niet alleen voor zichzelf hanteert, maar bij een ieder die zich een beeldend kunstenaar noemt. Dat duidt een begaanheid met zijn vak aan. En dat is maar goed ook, er zijn er maar enkelen die zo direct hun overtuiging, visie en geloof kunnen verwoorden. Hij houdt van zijn vak en zal strijden tegen alles wat naar nivellering, uitholling en inflatie riekt.

In de lichte huiskamer hangen die portretten naast elkaar aan de wand. Ze intrigeren. Blijven intrigeren. Elke keer weer tonen ze een laag in onszelf, boren ze deze laag aan. De beelden ontglippen emotionele begrippen. Ze zijn diffuus, gevuld met allerlei adjectieven die tezamen verdwijnen of misschien in elkaar opgaan. Menselijke leegte wordt voelbaar. Een prachtige menselijke leegte. Waarachtig en leeg. Aan een wand hangt het enorme schilderij Kathedraal, Met dank aan F. Struth. Een kathedraal, die de toeschouwer binnen haar muren laat kijken. Haar ruimte gevuld met allerhande symbolische verwijzingen naar politiek, religie en (lands)begrenzingen. Onze cultuur wordt weerspiegeld. Hier lijkt het Kerre wel degelijk uit te maken wát er geschilderd wordt. Hij komt tot een beeld waar een betrokkenheid met mensen uit blijkt. Deze betrokkenheid uit zich vooral in een verbazing en verbijstering over wat er zich allemaal afspeelt in de samenleving. Vorm en inhoud gaan een verbinding aan en deze dendert door het werk heen. Hij gaat erer aan voorbij. Het lukt Kerre vorm en inhoud met de technische middelen van de schilder samen op een hoger nivo samen te tillen.

Kwetsbaarheid, schoonheid, geweld. Deze vormen een drie-eenheid, ze raken en schragen elkaar, roepen een spanning op. In de drie doeken die in zijn woonkamer hangen zíe je dat dat inderdaad zo is. De man met zijn clownsmasker ligt laveloos in bad. Het is angstaanjagend, vervreemdend en tegelijkertijd prikkelt het je nieuwsgierigheid.
Is hij dood? Is hij met geweld bejegend? Omdat hij een clown is? Het vervreemdende beeld is prachtig geschilderd, de kleuren ademen een harmonie uit die wringt met het beeld en dat boeit, zet de toeschouwer op een vage wijze op een verkeerd been. Laag over laag, een raster zichtbaar, een raster dat poëzie oproept. Elk deel van het werk is een abstract schilderij op zich, de verf zó op het doek gebracht dat het lééft. Vol is van beweging.

In de intrigerende serie werken onder de titel Nachtschade lijkt dit alles samen te komen: de vrouwenportretten (Kerre: ´Het zijn géén portretten´), de clown, de kerk. Het doet je ongeduldig trappelen van nieuwsgierigheid naar het werk dat Kerre nog zal gaan schilderen. En je bent verrast: het is Kerre gelukt, hij gaat voorbij de stelling over het wát en het hóe van het schilderen. In één klap heeft hij het tot een no(n)sense-stelling teruggebracht. Wat zien we?

We zien het lichaam van een vrouw, levenloos. Ze bevindt zich in een koele leegte van blauw-grijzen. Ze is van een bolle sensuele stevigheid, met een zware slapheid in haar benen. Haar voeten die zich erbij hebben neergelegd. Haar arm die een geknaktheid suggereert, een onnatuurlijke geknaktheid. Haar gelaat van het doek afgesneden, onzichtbaar. Geen uitdrukking zichtbaar. Haar billen laten een vlezigheid zien van erotische kracht en van leven. Leeft ze? Is ze dood? Bewusteloos? What the fuck has been taken place here? Ze zweeft, ze ligt en ze valt tegelijkertijd. Magistraal.