Schagen, het Notariskantoor, 2005. Vier portretten hangen aan een wand. Ze brengen een bepaald soort licht voort. Je ervaart een lichtvoetigheid, voelt een voorzichtige zwaarte in de toetsen, ziet ook de aardsheid van de vlakken. Kerre´s jarenlange overtuiging dat het niet uitmaakt wát je schildert, maar hóe je schildert spreekt volmondig uit zijn doeken. De vol-ledige schilderachtigheid wordt zichtbaar. Technisch meesterschap kan tot schilderen pur sang leiden. Kan leiden tot poëzie middels verf.
Kerre valt samen met zijn lichaam. Hij húist in zijn lijf. Vanuit dat punt treedt hij de wereld tegemoet. Robuust, de armen over elkaar en de benen, iets gespreid, stevig op de grond. Vanuit dat punt baant hij zich de weg naar een nieuw werk. Zijn schilderijen bezitten een lichamelijkheid, bezitten een huid. Vanuit dat lijf denkt hij, voelt hij, abstraheert hij, oordeelt hij, praat hij. Honderduit. Het lichaam als kruispunt waar denken, doen en reflecteren samenkomen en de actieve handeling tot het werkelijke schilderen voorbereid wordt. Kerre staat stevig in de tijd, in het nu waar een heel verleden van zijn vak hem draagt, aardt en uitdaagt. Hij behoort tot een genealogie, is een afstammeling van vele kunstenaarsgeneraties die hem voorgingen. Vanuit die plek, met zijn beide voeten in de aarde, kijkt hij je aan met een ernstige blik, die je doet beseffen dat hij weet waar hij het over heeft. Met een mond die bereid is tot discussie, bereid is tot enthousiasme, bereid is tot aanhoren en luisteren. Na de academie Minerva te Groningen te hebben doorlopen vervolgde Kerre als veelbelovend jong schilder zijn scholing aan de Jan van Eijckacademie te Maastricht. Daar opende zijn grote inspirator J.C.M. Van der Heijden een andere wereld voor hem. Deze nieuwe vergezichten namen de provincialiteit, die de kunst tot nu toe had omringt, weg. De modernist J.C.M. van der Heijden heeft een enorme impact op Kerre gehad en dat verwoordt hij nog altijd vol overgave, waarbij hij intens gebruik maakt van lyriek en abstracte begrippen. De verhalen pulseren in een dynamiek van passie. Deze zelfde hartstocht kan hem ook doen twijfelen: ´(….) er worden zoveel mogelijkheden voorstelbaar dat die een keuze in de weg kunnen staan´.
Kerre, de schilder, de denker. Kerre, die naar zichzelf kijkt, die als buitenstaander naar zijn werk kijkt en oordeelt en nog eens kijkt. Die bang is voor de gedachte dat hij zichzelf zou herhalen, dat hij zou vervallen in het vak van kunstjesmaker, een angst die meer gehoord wordt in de wereld van de scheppers. Die zich met van alles heeft beziggehouden, van grafiek tot teerdrukken, van schilderen tot het maken van lampen. Maar Kerre is bovenal een schilder. Een colorist. Hij houdt er een sterke moraal op na: integer blijven, niet herhalen, niet uitmelken. Onbevangen blijven. Een weg die hem ook klem kan zetten in wat hij doet: hij reflecteert vanuit die enorme bagage aan kennis en dat kan wel eens lamleggen. Een eerlijke strengheid die hij niet alleen voor zichzelf hanteert, maar bij een ieder die zich een beeldend kunstenaar noemt. Dat duidt een begaanheid met zijn vak aan. En dat is maar goed ook, er zijn er maar enkelen die zo direct hun overtuiging, visie en geloof kunnen verwoorden. Hij houdt van zijn vak en zal strijden tegen alles wat naar nivellering, uitholling en inflatie riekt.
In de lichte huiskamer hangen die portretten naast elkaar aan de wand. Ze intrigeren. Blijven intrigeren. Elke keer weer tonen ze een laag in onszelf, boren ze deze laag aan. De beelden ontglippen emotionele begrippen. Ze zijn diffuus, gevuld met allerlei adjectieven die tezamen verdwijnen of misschien in elkaar opgaan. Menselijke leegte wordt voelbaar. Een prachtige menselijke leegte. Waarachtig en leeg. Aan een wand hangt het enorme schilderij Kathedraal, Met dank aan F. Struth. Een kathedraal, die de toeschouwer binnen haar muren laat kijken. Haar ruimte gevuld met allerhande symbolische verwijzingen naar politiek, religie en (lands)begrenzingen. Onze cultuur wordt weerspiegeld. Hier lijkt het Kerre wel degelijk uit te maken wát er geschilderd wordt. Hij komt tot een beeld waar een betrokkenheid met mensen uit blijkt. Deze betrokkenheid uit zich vooral in een verbazing en verbijstering over wat er zich allemaal afspeelt in de samenleving. Vorm en inhoud gaan een verbinding aan en deze dendert door het werk heen. Hij gaat erer aan voorbij. Het lukt Kerre vorm en inhoud met de technische middelen van de schilder samen op een hoger nivo samen te tillen.
Kwetsbaarheid, schoonheid, geweld. Deze vormen een drie-eenheid, ze raken en schragen elkaar, roepen een spanning op. In de drie doeken die in zijn woonkamer hangen zíe je dat dat inderdaad zo is. De man met zijn clownsmasker ligt laveloos in bad. Het is angstaanjagend, vervreemdend en tegelijkertijd prikkelt het je nieuwsgierigheid.
Is hij dood? Is hij met geweld bejegend? Omdat hij een clown is? Het vervreemdende beeld is prachtig geschilderd, de kleuren ademen een harmonie uit die wringt met het beeld en dat boeit, zet de toeschouwer op een vage wijze op een verkeerd been. Laag over laag, een raster zichtbaar, een raster dat poëzie oproept. Elk deel van het werk is een abstract schilderij op zich, de verf zó op het doek gebracht dat het lééft. Vol is van beweging.
In de intrigerende serie werken onder de titel Nachtschade lijkt dit alles samen te komen: de vrouwenportretten (Kerre: ´Het zijn géén portretten´), de clown, de kerk. Het doet je ongeduldig trappelen van nieuwsgierigheid naar het werk dat Kerre nog zal gaan schilderen. En je bent verrast: het is Kerre gelukt, hij gaat voorbij de stelling over het wát en het hóe van het schilderen. In één klap heeft hij het tot een no(n)sense-stelling teruggebracht. Wat zien we?
We zien het lichaam van een vrouw, levenloos. Ze bevindt zich in een koele leegte van blauw-grijzen. Ze is van een bolle sensuele stevigheid, met een zware slapheid in haar benen. Haar voeten die zich erbij hebben neergelegd. Haar arm die een geknaktheid suggereert, een onnatuurlijke geknaktheid. Haar gelaat van het doek afgesneden, onzichtbaar. Geen uitdrukking zichtbaar. Haar billen laten een vlezigheid zien van erotische kracht en van leven. Leeft ze? Is ze dood? Bewusteloos? What the fuck has been taken place here? Ze zweeft, ze ligt en ze valt tegelijkertijd. Magistraal.